Verdriet en verzoening

Verdriet en verzoening

Bericht van de voorzitter

 

Verdriet en verzoening

 

Door Paul Doop

 

In juni van dit jaar waren de Japanse keizer Narihuto en zijn echtgenote keizerin Masako op staatsbezoek in Nederland. Op de eerste dag van het bezoek legden de keizer en de keizerin een krans bij het Nationaal Monument op de Dam. Daarmee herdachten zij de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog, ook die in voormalig Nederlands-Indië. Het Nationaal Monument bevat een urn met aarde van alle erebegraafplaatsen in Indonesië. Daar liggen de militaire- en burgerslachtoffers begraven die omkwamen tijdens de Japanse bezetting.

Het was een historisch staatsbezoek dat in het teken stond van de eeuwenoude betrekkingen tussen Nederland en Japan. Sinds het jaar 1600 onderhoudt Nederland intensieve diplomatieke- en handelsbetrekkingen met Japan. Maar deze langdurige geschiedenis kent ook een bittere periode: de bezetting door Japan van het voormalig Nederlands-Indië in de jaren 1942-1945. Tijdens het staatsbezoek bleef dit verleden en het verdriet van velen in de Indische gemeenschappen niet onbesproken. De keizer toonde zich uitgesproken bewust van dit verdriet van de vele kostbare levens die verloren zijn gegaan of gewond zijn geraakt, waaronder een groot aantal burgers. Bovendien liet hij merken dat hij weet dat mensen in ons land deze pijn van verlies en verdriet nog steeds met zich meedragen. Vanuit dat verdriet riep hij op om deze tragische ervaringen en ontberingen door te geven aan toekomstige generaties, opdat een dergelijke geschiedenis zich nooit meer zal herhalen. Onze koning riep op om de verhalen uit die tijd elkaar te blijven delen om zo lessen te trekken uit het verleden en samen te blijven werken aan een toekomst van verzoening, vrede en gerechtigheid.

 

Aansluitend aan het staatsbanket op 17 juni jl. vond er een gesprek plaats van de keizer, de keizerin onze koning en koningin met mij en de voorzitter van het Indisch Platform, Sylfaire Delhaye. Bij die gelegenheid hebben we o.a. gesproken over de betekenis van de herdenking op 15 augustus, de ongeveer 2 miljoen Nederlanders met een Indische geschiedenis en het feit dat de pijn uit het verleden er nog steeds is. Vanuit onze kant heb ik benadrukt dat, hoewel het verdriet er nog steeds is, de tijd van verzoening is aangebroken. Want uiteindelijk hebben wij een gezamenlijke verantwoordelijkheid om bij te dragen aan een toekomst waarin we in vrede kunnen leven. Persoonlijk was ik bijzonder getroffen door het zorgvuldig luisteren van de keizer en keizerin en de oprechte belangstelling die zij toonden voor de betekenis van de herdenking op 15 augustus. De uitnodiging voor dit onderhoud in kleine kring zie ik als erkenning van ons werk van onze stichting om de verhalen over wat er is gebeurd door te geven aan volgende generaties en om vandaaruit aan vrede te blijven werken.

 

De woorden van keizer Narihuto stonden niet op zich. In het voorjaar van dit jaar vonden diverse gesprekken plaats met de ambassadeur van Nederland in Japan, Rokuichiro Michii. In mei bracht de Japanse ambassadeur op zijn initiatief een bezoek aan Museum Sophiahof in Den Haag. De ambassadeur nam ruim de tijd om de tentoonstellingen van het museum te bezoeken. Ook bezocht hij het Kenniscentrum van het Indisch Herinneringscentrum (IHC), waar werd gesproken over de historische relatie tussen Nederland, Indonesië en Japan.

In een open en respectvolle gedachtewisseling tussen de aanwezigen sprak de ambassadeur zijn verdriet uit voor het leed dat tijdens de Japanse bezetting is veroorzaakt. Vanuit onze stichting nam Hélène Oppatja deel aan dit gesprek.

Deze maand nodigde de ambassadeur vertegenwoordigers van Jong1508 uit voor een gesprek in zijn residentie in Den Haag. Dat was een waardevolle dialoog waar de derde en de vierde generatie de kans kreeg om de verhalen en de verwachtingen met de ambassadeur te bespreken. Daar sprak hij de wens uit dat de jongere generaties uit beide landen elkaar vaker zullen ontmoeten om samen bij het verleden stil te staan vooruit te kijken naar de toekomst.

 

Ons wordt vaker gevraagd of het niet tijd is voor verzoening met Japan. Die vraag laat ons niet los en hebben we meerdere malen met direct betrokkenen besproken, onder meer met vertegenwoordigers van de meer dan 75 lokale herdenkingen in heel Nederland en tijdens onze donateursbijeenkomst op 20 juni jl. Van deze gesprekken leren wij dat het verdriet blijft, dat gaat niet weg. Maar in onze gemeenschappen zijn de mensen toe aan verzoening. Vanuit de verhalen die we kennen over het leed en het verlies is er behoefte om gezamenlijk over de toekomst te spreken.

Na mijn ontmoeting met de Japanse keizer moest ik aan mijn vader denken. Als hij nog had geleefd en ik hem had gevraagd want hij vond van een ontmoeting met de keizer van Japan had hij waarschijnlijk gezegd: “Zou je dat wel doen Paul?” Ik ben me er zeer van bewust hoe gevoelig dit nog altijd ligt binnen onze gemeenschappen.

 

Het is daarom belangrijk dat wij binnen de Indische gemeenschappen maar ook daarbuiten naar elkaar blijven luisteren en in gesprek blijven. Als Nationale Herdenking 15 augustus 1945 willen wij die ruimte bieden, zodat mensen zich kunnen uitspreken; met hun eigen verhaal, herinneringen en verdriet. Op die manier kunnen we gezamenlijk invulling geven aan wat het betekent als we het hebben over verzoening met Japan. Dat vraagt tijd, maar verzoening is nodig als we samen de verantwoordelijkheid voor toekomst willen nemen.

 

 

Paul Doop is voorzitter van Stichting Nationale Herdenking 15 augustus 1945.

 

Foto: Patricia Steur